Averij Grosse

In maritieme verzekeringen is het gebruikelijk om schades in te delen in twee categorieën:

Averij grosse wordt omschreven als “de bijzondere uitgaven en schade vrijwillig geleden voor het gemeenschappelijk heil en goed van schip en lading”. Deze uitgaven en/of opofferingen worden pro rata van hun belang gedragen door de eigenaars van de goederen aan boord van het schip, door de scheepseigenaars en door de transportkosten.

Particuliere averij; deze categorie omvat alle schade, manco’s of verliezen die niet vallen onder averij grosse. De vergoeding hiervoor hangt af van de verzekeringsvoorwaarden. Een heel apart onderdeel in de scheepvaartwereld is de Averij Grosse.
De regeling is wellicht zo oud als de scheepvaart zelf en komt neer op de logische gedachte, dat bepaalde kosten die gemaakt worden ten behoeve van de redding van schip en lading, ook door beide gedragen dienen te worden.

Uiteraard is dit een vage omschrijving en de wetgeving in de landen, betrokken bij de scheepvaart, heeft zich verschillend ontwikkeld. In de loop van de vorige eeuw echter ontstond de behoefte om een uniform systeem op te zetten en na uitgebreide onderhandelingen ontstonden na diverse wijzigingen de tegen­woordig van toepassing zijnde “York-Antwerp Rules 1974 as amended 1990” voor de zee­vaart en de “Rijnregels I.V.R. 1979” voor de binnenvaart.

In welke gevallen er sprake is van Averij Grosse wordt goed omschreven in het eerste artikel van de Rijnregels I.V.R.: Averij Grosse zijn de opofferingen en uitgaven, redelijkerwijs verricht en/of gedaan bij aanwezigheid van bijzondere omstandigheden met het doel het schip en zijn lading uit een gemeenschappelijk gevaar te redden.

Vrij vertaald, met een ezelsbruggetje: NORG

Nood: er moet sprake zijn van nood/gevaar
Opzet: de kosten moeten opzettelijk (en redelijk) zijn
Resultaat: de inspanningen moeten resultaat hebben
Gemeenschappelijk: de kosten moeten voor schip en lading gemaakt zijn